Nieuw begin

Hallo allemaal,

Deze weblog gaat stoppen.

De reden daarvoor is iedereen al bekend, door de verhuizing is de lay-out geruineerd, de leesindeling niet toegankelijk en via zoekmachinesen onvindbaar geworden.

Wil je toch graag een leuk wandelroute zoeken of iets anders dan kunt u de nieuwe site bezoeken:  http://wandelmaatjes.wordpress.com/

 

14 December 2011
By on 16:22
Verhuizing

Deze weblog met wandelroutes gaat binnenkort verhuIzen naar een ander adresen met een nieuwe naam: De WANDELBIEB

      

De Wandelbieb wordt een nog grotere verzameling van wandelroutes. De mogelijkheid om sneller te zoeken op provincie en afstand wordt gemakkelijker gemaakt. Ook aan de inplementatie met google-earth wordt aangewerkt.

    

Heb je zelf nog een mooie route die anderen ook goed kunnen lopen, deel ze met ons. Stuur je routebeschrijving evt met kaartje met het mailformulier

21 June 2009
By on 14:01
Groene Hart wandeling (2)

Wandeling_2_2

24 April 2008
By on 18:28
Groene Hart wandeling

  Wandeling_3

7 March 2008
By on 18:42
Herfstwandelen over Brabantse Wal

Wandelen in het najaar langs wisselende landschappen van de Brabantse Wal. Dat kan met de herfstwandeling op zondag 26 november.

    

De tocht is een initiatief van natuur- en milieuvereniging Namiro, heemkundekring Het Zuidkwartier en Stichting De Brabantse Wal.

Een prachtige route voert ons langs houtwallen en wisselende landschappen van de Brabantse Wal. Met een aaneenschakeling van hoogtepunten, zoals:

het Markiezaatsmeer, de hoeve Hildernisse, het landgoed Lindonk, het dal van de Blaffert, het landgoed Mattemburgh en het voormalige populaire zeebad de Duintjes. We overbruggen al lopend hoogteverschillen van ruim tien meter.

    

Tijdens de wandeling zullen gidsen van Namiro, de heemkundekring en de Brabantse Wal op de meest markante plaatsen informatie verstrekken. Uiteraard mogen deelnemende wandelaars op hun beurt ook vragen stellen, over de natuur, de geologie, de cultuurhistorie, enz.

      

Zondag 26 november om 9.45 uur is het vertrek is vanaf de uitkijktoren bij bezoekerscentrum De Kraaijenberg aan de Fianestraat.

Deelname aan de herfstwandeling is gratis.

23 November 2006
By on 20:58
Berkenroute, 3,3 km, paars gemarkeerd

Start: parkeerplaats Berkenrijsweg te Oostvoorne
Honden aan de lijn toegestaan

Oostvoorne 

Routebeschrijving:

1.Schraal duingrasland
Het Heveringengebied is het oudste duingebied van Voorne. Door uitspoeling (door regenwater) van kalk uit de bodem is het gebied niet alleen voedselarm maar ook kalkarm. Het valt voor veel soorten planten niet mee om zich hier te vestigen. In het verleden werd dat nog bemoeilijkt door de begrazing die hier heeft plaatsgevonden. Er zijn in de graslanden echte pioniersoorten te vinden als zandzegge, buntgras en muurpeper. Dit type grasland herbergt verscheidene soorten dagvlinders waaronder verschillende dikkopjes en kleine vuurvlinder.

2.Oude Eiken
De oude eik is waarschijnlijk 150 jaar oud. Een aantal jaar geleden is deze door de bliksem getroffen. De overige eiken zijn door het Zuid-Hollands Landschap
in 1956 geplant. Zijn het zomer- of wintereiken? Dat kunt u zelf zien aan de bladsteeltjes. Wanneer het blad zonder steeltje aan de tak bevestigt zit is het een zomereik (zomer/zonder). Met een steeltje is het een wintereik.

3.Stuifzand
Door betreding en de kracht van de wind hebben duinplanten het moeilijk, zo ontstaan stuivende zandhellingen. Op deze hellingen weten zich toch weer
planten te vestigen. Zandzegge en muurpeper houden het zand vast en kunnen goed tegen de hoogoplopende zomerse temperaturen. Rond de open plekken rukken kruipwilg en duindoornstruiken alweer op.

4.Elzenscheringen
In de vlakke valleien van de beschut liggende binnenduinen hebben zich eeuwen geleden tuinders gevestigd. Op kleine lapjes grond werd groente geteeld
en schapen geweid. Het was in die tijd niet gemakkelijk om het stuivende
zand uit de tuin te houden en de groente te beschermen tegen vraat. Rondom de percelen werden dammetjes van zand en gehakte duindoorns opgeworpen.
Deze schelveringen hielden de konijnen en ree’n tegen. Daarnaast werden elzenscheringen aangeplant om als windkering te dienen. Deze elzen werden en worden nog geknot.

5.Paviljoen De Meidoorn en bezoekerscentrum Tenellaplas
Wanneer u trek heeft in overheerlijke soep of een bak koffie met dan kunt u terecht in het gezellige paviljoen De Meidoorn. Aan de overzijde van de parkeerplaats heeft  het Zuid-Hollands Landschap een bezoekerscentrum ingericht waar u terecht kunt voor informatie over het duingebied. Er is een
tentoonstelling ingericht over de historie van de duinen en u vindt er informatie over het planten en dierenleven van dit gebied.

6.Duinhuisjes
Het Zuid-Hollands Landschap streeft naar een zo natuurlijk mogelijk duingebied met oog voor de cultuurhistorische aspecten. Vanaf 1880 zijn er heel wat
karakteristieke duinhuisjes gebouwd, opvallend aan deze huisjes is het kleine voorhuis en hogere achtergedeelte, meestal is de dakhelling niet aan beide zijden gelijk. Het Zuid-Hollands Landschap heeft voor de huidige bewoners een vergunningenbeleid opgesteld om erop toe te zien dat verbouwingen en aanpassingen aan de woningen passen binnen het cultuurbeleid. De meeste
bewoners werken daar enthousiast aan mee.

7.Begrazing
Het hek dat u zojuist bent gepasseerd is niet om het publiek buiten dit terrein te houden maar om het vee er binnen te houden. Om de variatie en rijkdom aan planten te behouden is het nodig om een aantal beheersmaatregelen uit te voeren. Indien nodig wordt er gekapt en gemaaid. Het Zuid-Hollands Landschap
heeft in dit gebied gekozen voor aanvullende begrazing door Galloway runderen en IJslandse pony’s. Deze dieren wandelen vrij rond door het gebied en zorgen voor meer dynamiek in de duinen. Op plekjes waar ze vaak grazen wordt de bodem losgetrapt waardoor weer open zand terugkomt. Ook aan bomen wordt geknabbeld. Soms wordt de bast geheel afgeschild. Zo ontstaan open plekken in het bos, wat de variatie ten goede komt.

8.Dennen
De Duinen van Voorne zijn niet altijd zo begroeid geweest. Rond 1950 was het duingebied nog zeer open met veel stuivend zand. Om verdere afkalving van de duinen tegen te gaan zijn op veel plaatsen Corsicaanse dennen aangeplant. In de dennenbomen kunt u regelmatig eekhoorns waarnemen. Deze dieren zijn dol op de zaden. Onder de bomen kunt u de afgekloven dennenappels vinden. Ook spechten weten de dennenappels te waarderen maar zij moeten heel wat meer moeite doen om de zaden uit de appel te pikken. De spechten klemmen de dennenappel vast tussen twee takken waarna de maaltijd kan beginnen.

9.Biologisch Dynamische tuinbouw
Het Zuid-Hollands Landschap heeft op deze plek twee tuinders de mogelijkheid gegeven om de oude tuinderijen weer in gebruik te nemen op basis van de biologisch dynamische teeltmethode. Dankzij deze methode vindt er geen vervuiling van de bodem en het grondwater plaats. Het bewerken van dit type tuin is zeer arbeidsintensief maar de opbrengst is van prima kwaliteit. Ook hier vindt u de oude kenmerkende duinhuisjes.

10.De Winterwei
De wei links van het pad is een oude tuinderij, nu is het de plek waar de grote grazers van het Zuid-Hollands Landschap worden opgevangen en waar een schuilstal is gebouwd waar zomer en winter water te vinden is. De koeien en pony’s worden hier tijdelijk ondergebracht wanneer de jaarlijkse keuring plaats
vindt  door een dierenarts. Bij de pony’s worden de hoeven gekapt  en alle dieren worden onderzocht op wormen en ziektes.

11.Struweel
U bent weer terug in het Heveringengebied. Het pad leidt over een aantal mooie duingraslanden. Daar omheen staan verscheidene soorten struiken, een zogenaamd struweel. Opvallend zijn de oude knoestige meidoornstruiken. Deze ondoordringbare struwelen zijn van groot belang voor zangvogels. Nachtegaal en fitis broeden in de beschutting maar ook grotere vogels als fazant verbergen zich hier. In de herfst vindt u hier grote groepen spreeuwen die zich tijdens de grote trek naar het zuiden tegoed doen aan de vele soorten bessen.

12.Een duinpoel
Verspreid in de duinen liggen meerdere poelen, deze zijn ooit tijdens een droge periode uitgestoven. Deze poel is niet diep maar er staat wel altijd water in. Hierin leven vele kikkers, padden en salamanders. Ook larven van libellen en
muggen maken gebruik van het water tot ze volwassen zijn. In de schemering jagen watervleermuizen vlak boven de waterspiegel op deze muggen. De oevers van de poel zijn rijk aan allerlei soorten kruiden. Het ruikt er in de zomer sterk naar munt dankzij de watermunt. Met wat geluk zijn ook orchidee’n te vinden naast de wederik en kattenstaart.

13.Grenspad
Dit weggetje leidt u terug naar het beginpunt. Het pad heet grenspad omdat dit de grens vormt tussen Oostvoorne (links) en Rockanje (rechts). Tegenwoordig vormen beide dorpen een gemeente dus doet de grens er niet meer toe. In een boom langs het pad hangt een uilenkast, deze kast wordt regelmatig gebruikt door een bosuil om de dag door te brengen. Er leeft een kleine populatie van ongeveer 6 paar bosuilen in het duingebied.

Met dank aan Zuid-Hollands Lanschap

20 October 2006
By on 20:49
Boerenzwaluwroute, 4 km, niet gemarkeerd

Start: Groene Kruisweg (N218), afslag Zwartewaal

Bereikbaarheid: halte Zwartewaal Dorp

Deze wandelroute laat u kennismaken met drie natuurgebieden van het Zuid-Hollands Landschap op het eiland Voorne: Holle Mare, Derryvliet en Blanke Waal. De Holle Mare is een kreek met daaromheen brede rietvelden en bloemrijke graslanden. In het verlengde van de kreek ligt de Derryvliet, waar langs de oevers een waterrijk natuurgebied zal ontstaan. De Blanke Waal is een wiel, een ronde plas die achterbleef na een dijkdoorbraak.

Routebeschrijving met routekaartje:

Steek vanaf Zwartewaal bij de verkeerslichten de Groene Kruisweg (N218) over, dan linksaf het fietspad op.

1.     Oude kreek

Vanaf de brug heeft u zicht op de Holle Mare, een prachtige oude kreek met aan weerszijden graslanden en rietvelden. In de Middeleeuwen vormde de kreek (‘mare’ betekent kreek) een verbinding tussen de Maas en het Haringvliet. Na bedijkingen is nog maar een klein deel van de kreek over. Langs de oevers broeden bijzondere vogelsoorten als rietzanger, snor en kleine karekiet. Vlak boven het riet vliegt de bruine kiekendief, speurend naar prooi. Hij is makkelijk te herkennen aan de lange staart en vleugels, die hij tijdens de glijvlucht in een V-vorm houdt.

Vlak voor de boerderij Mariahoeve rechtsaf, de Hollemaarsedijk op.

U kunt hier ook kiezen voor een extra lus rond de Blanke Waal: wandel bij de boerderij rechtdoor over het fietspad. Na 500 m rechtsaf de Kraakweg op. Aan het einde van de weg rechtsaf de Ooievaarsdijk op. Pak de route weer op na punt 4.

2.     Poldermolen

Rechts van de dijk staat de romp van een poldermolen. De molen is gebouwd in 1723 om de ontwatering van de polder te verbeteren. Oorspronkelijk stroomde het overtollige water bij eb vanzelf naar zee, maar met name in de zestiende eeuw stagneerde deze natuurlijke afwatering door stijging van de zeespiegel en inklinking van de veenbodem. De introductie van de windmolen bracht uitkomst. De molens pompten het water uit de polders naar een boezem (een tijdelijke opslag), waarna het via spuien werd geloosd in zee. Ook de Holle Mare heeft als boezem gefungeerd, totdat krachtige stoomgemalen de ontwatering van de polders overnamen.

3.     Ringpolders

Het eiland Voorne is stukje bij beetje op de zee veroverd. De eerste polders waren veeneilandjes waaromheen een eenvoudige dijk werd gelegd. Zulke polders hadden vaak een ronde vorm en zijn in het landschap nog goed te herkennen. Vervolgens werden ook de opslibbingen rondom de ringpolders bedijkt. Daarmee verloren veel dijken hun waterkerende functie. De Hollemaarsedijk heeft echter nog lang een functie gehad bij het in toom houden van de Holle Mare. Op de dijkhellingen is er volop leven van vogels, vlinders, amfibieën en kleine zoogdieren. Door de dijk twee maal per jaar te maaien probeert het Zuid-Hollands Landschap de verscheidenheid aan planten en bloemen te vergroten.

Ga bij de driesprong linksaf en loop een klein stukje de Ooievaarsdijk op om bij de Blanke Waal te kijken. Daarna terugwandelen naar de driesprong.

4.     Blanke Waal

Door de eeuwen heen zijn er diverse dijkdoorbraken geweest. Na zo’n doorbraak bleef er achter de dijk vaak een kolkgat over, ook wel ‘wiel’ of ‘waal’ genoemd. Achter de Hollemaarsedijk liggen twee van zulke ronde meertjes. De grootste heet Blanke Waal, waarbij het woord ‘blank’ waarschijnlijk duidt op stilstaand, helder water. Op andere plaatsen was het water vaak modderig, zoals blijkt uit de kreeknaam Derryvliet en de dorpsnaam Zwartewaal.

Het weidegebied om de wielen is een rust- en voedselgebied voor weidevogels en overwinterende ganzen en eenden, zoals de smient. Ook komt hier de bunzing voor, een marterachtig dier met een wit gezicht en een donker masker rond de ogen. De bunzing leeft bij voorkeur in wat rommelige gebieden met boerderijen, water en voldoende schuilmogelijkheden. Overdag slaapt de bunzing in een hol of onder een steenhoop, ‘s nachts gaat hij op jacht naar bijvoorbeeld konijnen, ratten, muizen, vogels, amfibieën en insecten.

Bij de driesprong linksaf, de Hollemaarsedijk vervolgen.

5.     Knotbomen

De knotbomen langs de dijk passen prima in het kleinschalige landschap van Voorne. Sommige bomen zijn geknotte populieren, maar meestal gaat het om schietwilgen. Het knotten van de wilgen vindt plaats om de 3 à 4 jaar. De takken werden vroeger voor allerlei doeleinden gebruikt, zoals geriefhout, vlechtwerk van muren en het binden van rieten daken. Op plaatsen waar vee stond werden de bomen geknot op een hoogte van 2 meter. Zo kon het vee de jonge takken niet opvreten. Ook werden oude bomen die tekenen van verrotting of verdroging vertoonden gerooid. Nu mogen zulke oude bomen blijven staan. De holtes van de stam bieden nestgelegenheid aan holenbroeders als de steenuil, maar ook de wilde eend houdt van dit soort beschutte plekjes.

Bij de kruising rechtsaf, de Verloren Kostdijk op.

6.     Nieuwe natte natuur

Net als de Holle Mare is ook de Derryvliet een restant van een oude kreek. Maar er is wel een groot verschil: na de afdamming zijn de gronden langs de Derryvliet omgezet in landbouwgrond, waardoor veel natuurwaarden verloren zijn gegaan. Om deze natuurwaarden terug te brengen is er een natuurontwikkelingsplan opgesteld. Het Zuid-Hollands Landschap zal hierbij als beheerder van het gebied een belangrijke rol spelen. In het jaar 2000 is een begin gemaakt met de aankoop van de agrarische grond langs de Derryvliet. Vervolgens zal het grasland geleidelijk worden omgevormd tot moeras met hooiland. Dat gebeurt onder andere door het verbreden van de oevers, waardoor een geleidelijke overgang van nat naar droog ontstaat. Op deze overgang kunnen veel verschillende soorten planten en bloemen groeien. Een opvallende nieuwkomer zal de rietorchis zijn, een orchideeënsoort die de oevers in het voorjaar een roze tint geeft.

7.     Duiker

De Verloren Kostdijk vormt nu een massieve barrière tussen de Holle Mare en de Derryvliet. Indien mogelijk zullen beide kreken weer met elkaar verbonden worden door een brede duiker met looprichels. Via deze doorgang kunnen allerlei diersoorten zwemmend of lopend van het ene natuurgebied in het andere komen, zonder daarbij de dijk te hoeven oversteken.

Bij de volgende kruising rechtsaf, de Wouddijk op.

8.     Boerenzwaluwen

Naamgever van deze route zijn de boerenzwaluwen, die zich op zomeravonden verzamelen op de bovengrondse leidingen bij de boerderij. Boerenzwaluwen zijn vooral te herkennen aan hun gekwetter, maar ook aan de rode keel en de lange, gevorkte staart (bekend van de lucifersdoosjes). In het voorjaar keren de boerenzwaluwen terug van hun overwinteringsgebieden in Afrika. Ze bouwen met modder en stro een nest onder richels en dakgoten. Hun voedsel bestaat uit insecten, die ze vangen door laag over het water en de weilanden te scheren. Volgens onderzoekers kan een nest boerenzwaluwen in een seizoen vele honderdduizenden insecten eten. Een betere biologische insectenverdelger is dus nauwelijks denkbaar.

9.     Riet maaien

Wandelend om de Holle Mare is het patroon van grondgebruik makkelijk te herkennen: op de hoge zandige oeverwallen akkerbouw, daarna natte weilanden en tot slot een brede rietkraag. Wanneer dat riet niet gemaaid wordt, zullen de oevers langzaam volgroeien met bos. Daarom wordt een deel van het riet jaarlijks in de winter gemaaid. Dat biedt kansen aan nieuwe planten en bloemen. In het vroege voorjaar kleuren de pas gemaaide gedeeltes geel door de dotterbloemen. Daarna volgen de breedbladige orchis, de echte koekoeksbloem en de kale jonker. De rietvelden die niet worden gemaaid bieden broed- en schuilmogelijkheden voor talrijke rietvogels.

Op de splitsing volgt u de Molendijk tot aan de verkeerslichten.

10.Zwartewaal

Het is zeker de moeite waard om even door te wandelen naar het dorp Zwartewaal. Het is een typisch dijkdorp, met aan weerszijden van de dijk diepe, smalle huizen. Visserij was lange tijd de belangrijkste bron van inkomsten. Vanuit de kleine haven vertrokken de schepen om tot bij IJsland hun netten uit te gooien. In het asymmetrische pand op de kop van de haven was de zeilmakerij gevestigd, waar de zeilen en tuigages van de schepen werden gemaakt en gerepareerd. Vlakbij staat een kunstwerk dat verwijst naar de vissersvrouwen die achterbleven als de mannen op zee waren.

Met dank aan Zuid-Hollands Landschap


By on 20:22
Aalscholverroute, 16 km, niet gemarkeerd

Wandelen door de Duinen van Voorne

Startplaats: Bezoekerscentrum Tenellaplas, Duinstraat 12a, 3235 NK  Rockanje, (0181) 48 39 09

Routeverkorting: Door op de heen- of terugweg het A.J. Bootpad te volgen, kunt u de route opdelen in twee lussen van 13 en 6 km.

Honden: Op Landgoed Strypemonde zijn honden niet welkom, in het duingebied mogen ze aangelijnd mee.

Routebeschrijving met routekaartje.

Vanuit het bezoekerscentrum naar de asfaltweg, rechtsaf en na 25 m weer rechtsaf. Wandel langs de Tenellaplas.

1. In Bezoekerscentrum Tenellaplas van het Zuid-Hollands Landschap leert u alles over de Duinen van Voorne en de wilde planten en broedvogels die hier voorkomen. Tenellaplas is ook de naam van het naastgelegen duinmeer, dat in 1949 werd gegraven als een natuurherstelproject. Een van de eerste plantjes die zich hier vestigde was teer guichelheil, ofwel anagallis tenella. Dit pioniersplantje komt nu nog voor in de heemtuin achter het bezoekerscentrum (u komt er langs op de terugweg, toegangskaarten in het bezoekerscentrum).

Aan het einde van de plas de houten brug over en vervolgens links aanhouden. Bij het informatiebord van het Zuid-Hollands Landschap schuin links het pad oversteken, door het hekje Landgoed Strypemonde in (vanaf nu geel-rood markeringen van de Landgoederenroute volgen). Op de kruising linksaf (rechtdoor is verboden toegang). Op de asfaltweg linksaf. Na 150 meter rechtsaf. Na 75 meter, bij de Y-splitsing, rechts aanhouden. Na 125 meter rechtsaf.

2. In de19e eeuw vestigden zich welgestelde renteniers in de Zuid-Hollandse duinen. Zo is ook Landgoed Strypemonde ontstaan. De naam verwijst naar de kreek de Strype, die hier vroeger uitmondde in zee. Pas in de loop van de 19e eeuw slibde het gat in de duinenrij dicht en werden er bomen geplant. Het landhuis werd in 1937 gebouwd door een Rotterdamse havenondernemer.

Het kronkelpad vervolgen en op de T-splitsing rechtsaf. Voorbij het bankje rechtsaf (einde markering Landgoederenroute). Het hoofdpad rechtdoor volgen, dan voor een huisje bocht naar links. Aan het einde van het pad rechtsaf, even verder linksaf en meteen bij het eerste pad rechtsaf. Langs de Vogelwei (met uitzichtpunt). Kronkel met het pad mee, dan op de splitsing linksaf. Na het bankje gaat er rechts een pad naar een observatiepunt bij het Brede Water.

3. Het Brede Water is een laatste restant van het riviertje de Strype. Langs de vochtige oevers broeden soorten als dodaars (een roodbruin minifuutje), geoorde fuut (met goudkleurige ‘oortjes’) en berg,- kuif-, tafel- en slobeenden. De eilandjes in het midden van de plas zijn ingenomen door aalscholvers. Zij vliegen regelmatig naar de Noordzee om te foerageren. Ze kunnen wel een minuut lang onder water een prooi achtervolgen.

Vanaf het vogelkijkscherm terug naar het pad en rechtsaf.

4. Door veen en klei in de ondergrond kan regenwater moeilijk wegzakken. Dat verklaart het grote aantal natte valleien in de duinen. De Eerste Zanderij is echter met de hand gegraven. In dit vochtige valleitje groeien tal van bijzondere planten zoals moeraswespenorchis, massa’s teer guichelheil, brede orchis en parnassia.

Op de kruising, vlak na de Eerste Zanderij, rechtsaf en op de volgende kruising rechtdoor. Aan het einde van het pad linksaf (rechts is een uitzichtpunt). Even verder op de splitsing linksaf (pad is groen gemarkeerd in de andere richting). Hoofdpad rechtdoor volgen, dan bij de afrastering rechtsaf.

5. Het Waterbos is rond 1900 aangelegd als hakhoutbos. Later heeft Natuurmonumenten de natuur haar gang laten gaan, waardoor de essen, iepen en esdoorns flink zijn doorgeschoten. Ook elders in de duinen komt u ondoordringbare struwelen tegen. Die bestaan vooral uit meidoorn. In het voorjaar, als de witte bloesems voor een heerlijk aroma zorgen, is tot ver in de omtrek het melodieuze gezang van de nachtegaal te horen. In de herfst doen lijsters en spreeuwen zich tegoed aan de bessen.

Het hoofdpad rechtdoor volgen. Na 1 km om het huis heen en vlak voor het hek scherp rechtsaf (rechtdoor is een parkeerplaats en verderop Badhotel Rockanje). Op de splitsing rechtdoor en vervolgens het kronkelende hoofdpad blijven volgen. Na 1 km bij het informatiebord van Voornes Duin linksaf (einde groene markeringen). Op het strand rechtsaf.

6. Het lijkt alsof de brede rij duinen er al eeuwen ligt. Toch zijn de meeste duinen minder dan honderd jaar oud: u wandelt langs zeerepen die dateren van 1910, 1926 en 1935. Nieuwe duinenrijen konden ontstaan doordat Voorne steeds meer in de luwte kwam te liggen na het graven van de Nieuwe Waterweg (1872) en de aanleg van de Haringvlietsluizen (1970) en de Maasvlakte (1974). De grazige weitjes naast het pad zijn in de zomermaanden het speelterrein van felgekleurde dagvlinders.

7. Aan het eind van het strand is goed te zien dat het proces van duinvorming nog altijd doorgaat. De wind waait het zand op tot nieuwe duintjes, die geleidelijk begroeid raken met biestarwegras, helmgras en later duindoorn. Sinds kort groeit ook de blauwe zeedistel massaal in de embryonale duinen. Langs de waterlijn foerageren steltlopers, waaronder wulp, tureluur en scholekster. Op het open water heeft u kans op pijlstaarteend en brilduiker.

Na ruim 4 km eindigt het strand. Via de asfaltweg wandelt u naar boven, langs de parkeerplaats, dan na 100 m, bij het informatiebord van het Zuid-Hollands Landschap, rechtsaf.

8. Waar tot 1910 de zee klotste, ligt nu de Vliegveldvallei. In de jaren dertig heeft een Rotterdamse industrieel hier een privévliegveldje gevestigd, maar onder meer door de natte ondergrond werd dat geen succes. Dwars door de vallei loopt een duinrel, een watertje dat uitkomt in het Oostvoornse Meer. In de duinrel zit een stuw, waarmee het waterpeil in de vallei geregeld kan worden.

9. De poel aan de andere kant van het pad is na een schoonmaakbeurt weer teruggegeven aan de natuur. Bootsmannetjes, schaatsenrijders, padden, kikkers en libellenlarven zorgen voor volop leven in de poel. In de schemering scheren vleermuizen vlak over het water op zoek naar muggen.

Na 700 m linksaf (rood paaltje). Bij een geel paaltje rechtsaf en bij het volgende gele paaltje weer rechtsaf (vanaf nu rode markeringen volgen).

10. Zonder onderhoud zouden de Duinen van Voorne snel overwoekerd raken door struiken en bomen. Daarom wordt er door de beide beheerders, het Zuid-Hollands Landschap en Natuurmonumenten, regelmatig gemaaid en gekapt. Ook grazende Galloway-runderen en IJslandse pony’s dragen hun steentje bij. Ze houden het landschap open, waardoor planten als nachtsilene en echte koekoeksbloem weer een kans krijgen. Voor wandelaars zijn de dieren ongevaarlijk.

Het betonpad rechtdoor oversteken. Op de eerste kruising rechtdoor. Op de volgende kruising weer rechtdoor (einde rode markering) en na 50 m linksaf. Het smalle pad rechtdoor volgen, dan op het einde linksaf (A.J. Bootpad). Vóór het hek linksaf en bij de kruising met het bankje rechtsaf terug naar het bezoekerscentrum.

Met dank aan Zuid-Hollands Landschap


By on 19:53
Gratis wandelroutes zoeken? Dat kan snel en eenvoudig.

Kijk op http://www.wandelroutes.web-log.nl/ voor een compleet overzicht..Het gebruiksgemak staat voor ons voorop.

In het centrale gedeelte van de web-log worden wandelingen uitgebreid beschreven, met veel achtergrond informatie. Aan beide zijden van de pagina staan de categorieën, de poll en de weersvooruitzichten voor komende dagen.

Ook zijn er links naar elders beschreven wandelingen. Het zoeken is zeer gemakkelijk omdat de routes ingedeeld zijn per provincie. De titel van de wandeling geeft precies aan wat u wilt weten van de wandeling, namelijk de routeafstand, routenaam en evt. het startpunt.

Sinds kort is het aanbod, waaruit u kunt kiezen, een heel stuk groter geworden. Dus kies voor gemak en kijk eens op:

http://www.wandelroutes.web-log.nl/

15 October 2006
By on 16:55
CHAAMSE BEEKDALEN ROUTE 21 KM

Vertrekpunt:                  Chaam       

Afstand:                        Ongeveer 21km.

De Chaamse Beekdalen Route is uitgezet in de directe omgeving van Chaam en loopt door het kleinschalige cultuurlandschap van de Chaamse beken: de Chaamsche beek, Roode beek, Heikantsche beek en Broeksche beek. Zij meanderen door het coulisselandschap dat gevormd wordt door houtwallen, bosjes, oude en recent gegraven poelen en extensief beheerde graslanden. Bovendien voert de wandeling langs de landgoederen Hondsdonk en Valkenberg, die eeuwenlang in bezit geweest zijn van grootgrondbezitters en daardoor niet versnipperd zijn. Ook door deze landgoederen meanderen de beken van het Chaamse bekenstelsel.

Chaamse_beekdalenroute_noord_1

Chaamse_beekdalenroute_zuid

ROUTEBESCHRIJVING

Bij vertrek vanuit de kom van Chaam aan de kerk lopen we door de Gilze Weg richting Gilze. Al meteen rechts hebben we de statige pastorie met zijn vier Dorische zuilen, gebouwd als landhuis door de gebroeders Huysers, twee verstokte vrijgezellen, met in de voortuin een machtige oude zilveresdoorn, ooit geplant door deze broers. Na hun dood kocht de Katholieke gemeenschap het gebouw voor 4000 gulden. Enkele jaren later werd er de nieuwe kerk, een zogenaamde “Waterstaatskerk” naast gebouwd en in 1839 werd het huis ingericht als pastorie. De huidige kerk is in 1948  in gebruik genomen en staat op dezelfde plaats als de in de tweede wereldoorlog opgeblazen oude kerk. Boven de hoofdingang staat een houten St. Antoniusbeeld, dat eeuwen geleden in de Nederlands Hervormde Kerk heeft gestaan.

Verderop gaat het linksaf de Withagen in. Aan het einde voert de route ons naar rechts. Dit is het Elsakkerpad. Dit oude voetpad vormde in het verleden de verbinding tussen het gehucht Snijders en het dorp Chaam. Rond het dorp wemelde het vroeger van dergelijke oude paadjes, die niet alleen gebruikt werden als kerkpad om naar de zondagse mis te gaan, maar ook door de schoolgaande jeugd gebruikt werden. Het waren korte, smalle doorsteekjes naar kerk en school, niet geschikt voor paard en kar. Veel van deze paadjes zijn inmiddels verdwenen of in onbruik geraakt door de vooruitgang, opgeslokt door economisch gewin en verdwenen bij ruilverkavelingen. Dit Elsakkerpad vormt nog een belangwekkend deel van het historisch en landschappelijk erfgoed.

Links van ons zien we over het weiland de roestige karkassen van oude draglines, waarvan de kraanarmen grillig naar de hemel rijken en zo het landschap ontsieren en de horizon vervuilen. We steken de Heikantse Straat over en over het Moleneind bereiken bij de Snijderse Weg de molen “De Goede Verwachting”. Deze molen werd volgens het opschrift in de kap in 1830 gebouwd en maalde vanaf 1834. Vier jaar later brak er brand uit, waarna de molen op dezelfde plek werd herbouwd. Het is een zogeheten bergmolen. Het stellen en vastzetten van de wieken op de windrichting gebeurde immers op de “berg”, de aarden verhoging.

Over de Snijderse Weg lopen we in noordelijke richting en kiezen voor de eerst mogelijkheid naar links. We komen nu in het 90ha grote natuurgebied van de Vereniging van Natuurmonumenten “Het Broek”. Het Broek is een laaggelegen weidegebied waarin enkele beken samenkomen, zoals de Heikantsche beek en de verder naar het noorden gelegen Broeksche beek. Het oorspronkelijke landschap is zo goed mogelijk hersteld: houtwallen en ruigtestroken wisselen af met poelen en door knotwilgen omzoomde weilanden. Zo is het een waar paradijs voor kikkers, vinpootsalamander, alpenwatersalamander en kleine watersalamander. Maar ook een prima leefgebied voor kleine zoogdieren en insecten. In het gebied komen meer dan honderd vogelsoorten voor. De steenuil en roodborsttapuit nestelen hier, maar ook nachtegaal, patrijs, spotvogel en bosrietzanger. Het natte gebied biedt een grote aantrekkingskracht op allerlei vogels zoals kemphaan, watersnip, grutto en kiekendief.

Door dit gebied lopend komen we voorbij een slagboom van het Landgoed Valkenberg. Rechts zien we het gehucht Snijders-Chaam, gelegen aan de Kloosterstraat. Hier heet ons bospad even Hoge Akkerpad. We komen tussen de hoge bomen op het Landgoed Valkenberg met een lanenstelsel, dat rond 1770 werd aangelegd door de eigenaren van het Landgoed Valkenberg. Het gebied Valkenberg behoorde van oudsher bij Gilze. Het is ontgonnen in de 13e eeuw en de eerste vermelding dateert uit 1456, toen het in bezit was van ene juffrouw Lijsbetten van Valkenberge. In 1660 werd het landgoed verder uitgebouwd. Eind 18e eeuw werd er op het landgoed allerlei landbouw experimenten uitgevoerd. Het landgoed maakt deel uit van het zeer oude Chaamse bos dat westelijker ligt en misschien wel het oudste bos is in heel de Kempen. In een oorkonde uit 1236 schenkt Hildegundis, Abdis van Thorn het bos aan haar abdij. Later kwam het onder beheer van de Heer van Breda. Sindsdien is het waarschijnlijk altijd bos gebleven. Het bos ligt niet op Chaams grondgebied, maar hoorde vroeger toch bij Chaam.

De Chaamse Dreef, een statig laantje brengt ons op een vijfsprong waar we linksaf slaan en in westelijke richting een omtrekkende beweging maken om het niet voor publiek toegankelijke Landgoed Valkenberg. We zijn nu op de Valkenbergseweg. En kunnen in zuidelijke richting een blik werpen op het landhuis, statig gelegen in een park in Engelse Landschapstijl met weiden, vijvers en boseilanden, weelderig omgeven met rododendrons. We lopen door tot de Valkenbergseweg kruis met de Geerbroekseweg en slaan hier links af. Even voorbij de Mariahoeve kruisen we de Chaamsche Beek. Verderop komen we direct aan de drukke Bredase Weg van Chaam naar Ulvenhout. Even naar rechts en bij het Tankstation voorzichtig oversteken en de Hondsdonkse Weg inlopen. Het gebied waar we nu door wandelen, staat als Rakens op de kaart. Waar de route een scherpe bocht naar rechts maakt hebben we een prachtig zicht op Landgoed Hondsdonk.

De Hondsdonkse Weg vervolgen we en komen nu in het bosgebied van de Strijbeekse Heide. De heideontginningsbossen van de Strijbeekse Heide zijn in de jaren 1934/35 aangelegd en bestrijken een oppervlakte van 189ha. Er liggen drie natuurwetenschappelijk waardevolle gebiedjes, namelijk het Zwarte Goor, het Langven en het Rondven. Dit zijn typisch Noord-Brabantse vennen, omringd door heide. Het zijn restanten van de oorspronkelijke Strijbeekse Heide, die nu voor een groot deel in cultuur is gebracht. Aan de Heistraat gekomen, steken we deze zandweg met fietspad schuin naar links over. We staan nu op de Hoge Weg slaan voorbij het akkerland het tweede pad naar links in. Even verderop gaat het rechtsaf door het klaphek en staan we plotsklaps aan de oever van her Rondven, rustig gelegen midden op de Strijbeekse Heide. Het gebied telde in de 19e eeuw aanzienlijk meer vennen dan tegenwoordig. Vanaf de 50er jaren werden honderden hectaren heide, met de daarin gelegen vennen, door de Domeinen aan boeren verkocht. Die vennen, waarvan de ondergrond enigszins vruchtbaar was, werden ontgonnen. De meeste onvruchtbare vennen bleven hierdoor praktisch onaangetast. De zwarte stern, grutto en wulp broeden er, maar nu was hiervan nog geen spoor.

De schuilhut laten we links liggen en lopen tegen de klok in om het Rondven. Aan de westzijde komen we op het zandpad Inneem en lopen door tot de vijfsprong. In zuidelijke richting steken we door naar Hoeve Gouwberg aan de Oude Bredase Baan. Aan de overzijde ligt het reservaat van Staatsbosbeheer De Goudberg. De Goudberg is een 20ha groot stuk heide ten oosten van Strijbeek. Rechts van ons ligt het fraaie ringven Patersmoer met levend hoogveen, dat omsloten wordt door een zogenaamde sikkelduin, begroeid met heide, eiken, berkenbos en vliegdennen, waarin de geologische formaties nog ongestoord zijn. Het Patersmoer heeft het minste te lijden gehad van de negatieve beïnvloeding door de mens en vormt hiermee "een parel aan de zuidkant van het heem". Sinds 1954 is de Goudberg een Staatsnatuurreservaat, waarmee kon worden voorkomen dat dit uitzonderlijke natuurgebied tot cultuurgebied werd omgevormd. Uitsluitend het brede pad rondom het Patersmoer is voor het publiek toegankelijk. We lopen even tot aan de oever en vinden er een goed plekje om wat te eten en te drinken en van de rust te genieten.

Als we opbreken en in zuidoostelijke richting onze wandeling over de Beekweg vervolgen, hebben we rechts van ons het stroomgebied van de Strijbeekse beek. Deze vormt hier de natuurlijke grens met onze Belgische zuiderburen. Het zandpad komt uit op de Grazense Weg. Even naar rechts en na een paar honderd meter komen we op het asfalt van de Meerlese Weg, de Doorgaande verbinding van Chaam met het in België gelegen Meerle. We lopen richting Chaam om in de eerste bocht naar rechts de Bleke Heidestraat te volgen.

Na goed anderhalve kilometer komen we in aan de Bleeke Heide, een aangewezen stiltegebied in Noord-Brabant. Reservaatspark Bleeke Heide is een weidevogelreservaat, gerealiseerd in het kader van het landinrichtingsproject Baarle-Nassau en maakt deel uit van de Chaamsche Beken. Het gebied wordt beheerd door Staatsbosbeheer. De graslanden worden echter nog steeds beweid door vee van plaatselijke boeren en het beheer van poelen en bramenwalletjes gebeurt in samenwerking met de plaatselijke natuurvereniging “Mark en Leij”. Waterschap Mark en Weerijs heeft een stuw geplaatst waardoor het gebied langer water kan vasthouden en de lagere terreingedeelten het gehele jaar vochtig blijven.

Vroeger lag hier een uitgestrekt, vennenrijk heidegebied, waartoe ook de nabijgelegen Strijbeekse Heide behoort. De Bleeke Heide is een belangrijke foerageer- en pleisterplaats voor eenden en doortrekkende steltlopers zoals goudplevieren, kemphanen en regenwulpen. Aan het begin van het broedseizoen oefenen de natte weilanden rondom de vennen een grote aantrekkingskracht uit op de weidevogels. In combinatie met een weidevogel vriendelijk graslandbeheer, is het gebied aantrekkelijk voor broedvogels zoals de grutto, de wulp, de scholekster en de kievit. Vochtige draslanden rondom de vennen hebben het gebied bijzonder aantrekkelijk gemaakt voor de toendrarietgans. De vennen en de gegraven poelen worden nu weer door verschillende kikker- en salamandersoorten bewoond. Met het herstel van de ruige perceelsranden en de lage bramenwalletjes, wordt ook het voor deze amfibieën zo belangrijke insectenleven gestimuleerd en daarmee ook het leefmilieu van broedvogels zoals de patrijs, de veldleeuwerik en de roodborsttapuit.

Als we de kruising van de Bleke Heideweg met de Langestraat zijn overgestoken, zien we links achter de braamwal het vochtige drasland met de vennen. Hier slaan we linksaf en volgen het pad dat rondom het weidevogelreservaat loopt. Het is rustig! Doorlopend bereiken we de Oude Bredase Baan en steken over in de Dekkerstraat. Nogmaals steken we de hier wel erg prille Chaamsche Beek over en bereiken de Ulicotenseweg. In de verte ligt op anderhalve kilometer ons einddoel: de kerk van Chaam, ons start- en eindpunt van deze rondwandeling. Als we de eerste huizen van Chaam bereiken, lopen we de Ulicotenseweg helemaal uit tot bij het gemeentehuis aan het kruispunt van Dorpstraat en Baarleseweg.

Hier ligt op de hoek de in Kempische Gotiek opgetrokken Ledevaertkerk. In 1426 is voor het eerst sprake van deze kerk, een eeuw later was het gebouw gereed en stond er een eenbeukige kerk met dwarspand en een geheel (inclusief de spits) uit baksteen opgetrokken toren. De kerk is gebouwd door een telg van het beroemde architectengeslacht Keldermans en behoorde oorspronkelijk toe aan de Katholieken. In 1648, toen bij de Vrede van Munster de huidige provincie Noord-Brabant definitief in handen van de Republiek kwam, veranderde de situatie. Alle dorpskerken werden overgedragen aan de Gereformeerden. In veel dorpen bevonden zich nauwelijks protestanten, alleen in Chaam bestond een gemeente die, hoewel duidelijk in de minderheid, tussen de zestig en zeventig personen telde. Toen koning Lodewijk Napoleon in 1810 godsdienstvrijheid invoerde en alle kerken toewees aan de grootste geloofsgemeenschap, werden de protestanten in de omliggende dorpen Alphen, Baarle-Nassau en Gilze uit hun kerken gezet en toegevoegd aan de Hervormde gemeente Chaam. Zo konden de Chaamse protestanten na 1810, na hevige protesten, hun kerk behouden en bouwde de Katholieke meerderheid in het dorp hun zogenaamde “Waterstaatskerk”.

Na een uitvoerige restauratie van de Ledevaertkerk die in 1943 gereed kwam, werd in 1944 de toren, die tot een uniek voorbeeld van Kempische gotiek werd gerekend, door de terugtrekkende Duitsers opgeblazen. De toren viel op het schip van de kerk. Na de oorlog ontbraken de middelen om de toren en het verwoeste gedeelte van de kerk op te bouwen, zodat het gebouw nu bestaat uit het koor, het dwarspand en één travee van het schip. Binnen in de kerk bevinden zich een houten tongewelf met rozetten, een kansel met engelenkopjes van rond 1600, een koperen doopvont uit 1796 en een 19e eeuws Van Druten-orgel. Aan een muur hangt ook de oudste luidklok van Brabant (1392), genaamd “Ledevaert”. Tot voor enkele jaren deed deze klok, die dus ouder is dan de kerk zelf, nog dienst in de vieringtoren boven op het dak.

Door de Dorpsstraat bereiken we ons vertrekpunt bij de kerk in het centrum.

Met dank aan Charles Aerssens en wandelpaden.com

12 October 2006
By on 18:33